anatomie

Als we de spieren bekijken die direct betrokken zijn bij de liesblessure dan blijkt in de meeste gevallen dat het spieren betreft die het been van buiten naar binnen bewegen. De pezen van deze spieren vinden hun oorsprong aan de onderzijde van het schaambeen (het os pubis "ramus inferior").De pees van de musculus adductor longus en in mindere mate de pees van de musculus adductor brevis zijn verantwoordelijk voor de irritatie die bij een liesblessure nogal eens aangetroffen wordt. (zie plaatje links). Daar waar de pezen aan het bot hechten bevindt zich bij de liesblessure de enthesopathie. Toch moeten we ons realiseren dat vrijwel alle spieren aan de binnenzijde van het bovenbeen in spanning verhoogd zijn en ook een rol spelen in het ontstaan van de tendopathologie. Let wel: er is vrijwel nooit een ontsteking aanwezig. Meestal enkel een irritatie van de aanhechting en /of botvlies. (tendinose)

aanhecht lies1

Hiernaast zijn schematisch de aanhechtingsplaatsen van de diverse liesspieren aangegeven.

Palpatie van de aanhechting kan uit zichzelf al zeer gevoelig zijn. Soms is met nauwkeurige lokalisatie van het pijngebied de spier te achterhalen die de klachten veroorzaakt. Bij een chronische liesblessure is het aanhechtingsgebied van de
M. Adductor Longus het vaakst aangedaan.

collagene vezels add. longus - oblique externus (2)
collagene vezels add. longus - oblique externus

Als we de anatomie t.h.v. het symfyse nader bekijken zien we dat de superficiale vezels van de externe schuine buikspieren over de symfyse doorlopen in de oppervalkkige vezels van de m. adductor longus. De verbindingen zijn zowel ipsilateraal als gekruisd. Hierdoor ontstaat een stevige adductor-abdominale aponeurose waarbij de buikspieren en de adductor longus elkaar be´nvloeden. De musculaire keten loopt hierdoor o.a. van het ene been (gekruisd t.h.v. de symfyse) naar de heterolaterale abdominale musculatuur.

lies anatomie

De grote krachten die soms verwerkt moeten worden tijdens explosieve sporten kan soms problemen geven voor de aanhechtingen aan de symfyse. Een scheurtje in de aanhechting van de buikspieren of m. adductor longus wordt daarom soms gevonden bij liespijn.